FSB: 1e team kwaliteit minder tegen De Donger 1

Door Gerke Ros

Werd vorig jaar nog een keurige 3 ½ – ½ overwinning behaald, dit jaar waren de rollen omgedraaid. Het thuisnadeel zo benoemden de “Dokkumers” het.

Aan bord 1 speelde Ronald met de zwarte stukken tegen Amir Nicolai. Al snel dreven er donkere wolken boven de koningsvesting van Ronald, donker is natuurlijk figuratief, want het waren mooie witte glimmende stukken. Een glimp op de stelling nemend, viel mij op, hoe mooi de in het midden geplaatste loper van Amir een venijnige blik had op de zwarte koning. Dat kan problemen opleveren dacht ik. Even later was er op het bord niets meer te zien van die loper, geëlimineerd door de zwarte verdediging. Helaas ging hier wel een zwart torenbolwerk mee ten onder. Ronald moest nu zijn overige troepen oproepen om het ontstane gat in de verdediging te dichten. De Dame werd weer teruggehaald, deze had even een pion van de tegenstander een pak rammel gegeven. En ook het enige resterende lichte stuk, een paard, werd van stal gehaald om mee te werken aan het binnenhalen van de oogst. De eindstrijd die er aan zat te komen, was niet voor tere zieltjes weggelegd, dit zal ook de reden geweest zijn waarom de Dames tegen elkaar werden afgeruild. Wit beschikte over 2 machtige granieten torens, terwijl zwart het moest doen met een moe gestreden paard die tegen de enig overgebleven zwarte toren leunde. Of was het dat deze toren zich verschool achter het paard?  In iedere geval werden ze bedreigd door die imponerende bouwwerken van wit. Dit was niet het enigste probleem, want het opperbevel van de witte stukken zond nog een verkenner naar de overkant die, als hij het haalde, zich moest verkleden als een hofdame. Het geheel in ogenschouw nemend, besloot de zwarte leiding, dat ook zij pioniers moesten gaan uitzenden om versterking te gaan halen. Inmiddels was het paard verdwenen, waarschijnlijk van de rotsen gestort, daar het omring was door al dat gesteente. Toen ook duidelijk werd dat de rennende pioniers door de schutters op de witte vestigingen in het vizier werden gehouden, was het tijd om de zwarte vlag te strijken.

Op bord 2 speelde Gerke met de witte stukken tegen Jan Eelkema. Jan had 5 jaar niet meer geschaakt en heeft zich in die tijd meer verdiept in het filosofische gedachten goed, zo vertelde hij. Wellicht een aanrader voor elke schaker, want hij zat nu meer ontspannen achter het bord dan in vroegere tijden. Wit speelde een voor hem nieuwe opening, met veel tactische wendingen, aldus de broederschap van deze opening. Dit moest ook wel, want wit moest en zou winnen, dus zijn tactische wending het juiste recept voor het bereiken van dit doel. Hellaas had wit te weinig begrepen van de finesses van deze opening, en verzuimde hij zetten te doen die gespeeld hadden moeten worden, en speelde hij zetten die niet in de lijn van de opening zijn. Het resultaat was (buiten het feit de commissie van deze edele opening wit heeft geroyeerd als lid) dat er een stelling ontstond waarbij wit alleen zijn 2 paarden wat kon laten rondspringen als zijnde in een concours hippique. Zwart echter plande een snode aanval op de witte koning. Toen de reguliere schaaktijd wat op zijn einde liep, meende wit dat het wel uitkon om een kwaliteit te offeren. Hoe foutief meningen kunnen zijn bleek al vrij snel, een paar kracht zetten van de zwarte stukken en wit kon zijn stukken in het bakje doen en zijn tegenstander feliciteren.

Op bord 3 speelde Mathijs met de zwarte stukken tegen Olaf Cliteur. Deze laatste had die dag al een gevecht geleverd tegen vrouwe fortuna. Dit leverde hem een gebroken tand, een bloed neus, en een lekke band op. Na een opmerking dat hij dan ook wel een Dame zou kunnen weggeven, antwoordde hij dat het tij nu toch wel eens zou keren. En dit bleek ook zo te zijn. Olaf speelde agressief en had druk op de zwarte stelling. En hoe zwart ook nadacht en nadacht en nadacht een oplossing werd niet gevonden. Misschien dat een sigaretje helpt. En zo stond Mathijs van buiten achter het glas  zijn stelling te bekijken, al rokende de vredespijp. Inderdaad hij kon zo wel mooi meekijken, maar hij hoorde niet dat in het witte kamp de oorlogtrommels roffelden. Hierna probeerden de krijgers van de Donger ook nog een rookwolk op te richten om zijn zicht te belemmeren. Toen Mathijs terugkwam van zijn uitje, werd zijn stelling belaagd door de witte stukken die zich als wilden gedroegen en geen mededogen hadden voor de inheemse bevolking van dit deel van het bord. Het was nu 5 voor twaalf en actie was geboden. Correctie het bleek 1 voor twaalf te zijn, geen tijd meer om adequaat te reageren en dus werd ook hier de vlag gestreken.

Op bord 4 speelde Evert tegen Chris Jolmer Jellema. Evert hanteerde met wit het Londen-systeem en hij kenmerkte de partij als volgt: “Omdat ik iets te rustig speelde kon zwart zijn stukken zo manoeuvreren dat ik weinig speelruimte had. Ik besloot wat meer risico te nemen en won een pion. Ergens in het middenspel miste ik de winnende zet en zwart kon vervolgens de pion terugwinnen. Omdat mijn koningsvleugel open stond en de andere borden al gespeeld waren werd er tot remise besloten”

Wij willen Evert hierbij bedanken dat hij de eer gered heeft van het Schaakwoude FSB team 1.

T Schaakwoude 1 1896 Donger 1 1910 ½ do 07 nov
1. Ronald van der Veen 2025 Amir Nicolai 2097 0 1
2. Gerke Ros 1888 Jan Eelkema 1819 0 1
3. Mathijs Visser 1881 Olaf Cliteur 1916 0 1
4. Evert Drijver 1791 Cris Jolmer Jellema 1806 ½ ½